Eveline en Wouter: Nootje en Winkel in Kruikenstad

De kroegen zijn dicht, de clubs gesloten, maar op de derde verdieping van de Doloris rooftopbar brandt nog licht. Vandaag is dit het toneel voor Tilburg’s First Dates. Twee Tilburgse studenten gaan het avontuur aan in de hoop elkaar beter te leren kennen. Liefde is niet het doel. Zie het meer als twee studenten die met elkaar gaan hangen. Welkom bij: Tilburg’s First Dates!

Vandaag in het Tilburg’s First Dates café: Eveline (21). Haar bachelor Bedrijfseconomie heeft ze afgerond aan Tilburg University. Nu is ze begonnen aan de master Marketing Analytics. Eveline zou graag nog eens de wereld rondreizen, maar is nu al blij dat ze even de deur uit kan.

Naast haar aan de bar neemt Wouter (20) plaats. Hij studeert Communicatiewetenschappen aan Tilburg University, woont met elf mensen in een ouderwets studentenhuis en doet momenteel een bestuursjaar voor zijn studievereniging Flow. Zelf zit hij meestal ook in een goede flow. Sporten, leren, besturen en af en toe een feestje, voor Wouter komt alles makkelijk. Of deze date ook soepeltjes verloopt? Daar gaan we achter komen.

Yannick: “Hey, ik ben jullie barman vandaag. Wat kan ik jullie te drinken aanbieden? Dit is onze cocktailkaart, maar we hebben ook bier, wijn en fris.”

Wouter: “Oké, even kijken. Doe mij maar de Tilburg Mule.”

Eveline: “Ja, we blijven in de Tilburg vibes.”

Wouter: “We zitten toch praktisch in een reclamespot hier, haha.”

Klopt helemaal. Zeg positieve dingen over Tilburg, anders pakken we je cocktail af.

Yannick: “Komen jullie allebei uit Tilburg?”

Wouter: “Ik kom uit een klein dorp genaamd Winkel. Dat ligt tussen Alkmaar en Den Helder.”

Eveline: “Wauw, je komt van ver.”

Wouter: “Jaja, super internationaal. En jij?”

Eveline: “Ik kom uit Nootdorp, als in ‘nootje’ zeg maar.”

Wouter: “Echt twee van die kaknamen als dorpen, haha.”

Eveline: “Haha, ja eigenlijk wel.”

Het kan altijd erger. Het dorp ‘Rectum’ bestaat gewoon in Nederland.

Eveline:  “Hoe ben jij in Tilburg terecht gekomen?”

Wouter: “Bij mij was het eigenlijk heel simpel. Ik kom dus uit een klein dorp, dus ik moest sowieso op kamers. Amsterdam trok me niet als stad, en Utrecht eigenlijk hetzelfde. Communicatiewetenschappen kun je verder niet in alle steden doen. Dus kwam het erop neer dat ik twijfelde tussen Nijmegen en Tilburg. Uiteindelijk heb ik voor Tilburg gekozen omdat ik de campus heel mooi vond. En jij?”

Eveline: “Ik ben eigenlijk toevallig in Tilburg gaan kijken. Of ja, mijn moeder komt hier vandaan, dus misschien dat ik terug ben gegaan naar mijn roots. Ik had eigenlijk een heel slecht beeld van Tilburg. Maar ik was bijvoorbeeld nog nooit in het centrum geweest, dat viel me eigenlijk allemaal reuze mee. En uiteindelijk heeft de campus het verschil voor mij gemaakt. Er hangt een hele chille sfeer, je voelt je niet zo’n nummertje, dat gevoel had ik wel in Rotterdam.”

Tilburg is een groot dorp, hier kent iedereen elkaar bij naam.

Wouter: “Wat studeer je eigenlijk?”

Eveline: “Ik heb de bachelor Bedrijfseconomie gedaan om ik eigenlijk niet zo goed wist wat ik wilde. Die opleiding is lekker breed, zodat ik daarna altijd nog kon kijken welke kant ik op wilde. Jij?”

Wouter: “Ik wist vrij snel dat ik Communicatiewetenschappen wilde gaan doen. Het marketing deel vind ik leuk, maar ook juist het psychologische deel vind ik interessant. Hoe mensen denken en reageren op marketing. En ook gewoon communicatie in het algemeen vind ik leuk om over te lezen.”

Yannick: “Dus met iemand die je nog niet kent aan de bar zitten vind jij wel een interessante communicatiecasus?”

Wouter: “Ja zeker, ja, haha.”

Barman Yannick kiepert sierlijk de ijsblokjes in zijn cocktailshaker en gooit achter zijn rug om de Schrobbelèr erbij. Onder het geluid van kletterende ijsblokjes, converseren Eveline en Wouter door over hun studentenleven.

Wouter: “Maar hoe bevalt jouw opleiding?”

Eveline: “Ik heb natuurlijk gewoon gekozen met de gedachte: ik begin maar. Maar ik ben nu best blij met mijn keuze omdat het aanbod qua masters na deze studie gewoon heel groot is. En ik heb hier gewoon goede begeleiding, ik kan altijd aankloppen als er iets is. Ik heb dan toevallig wel een grote studie uitgekozen, dus je zit dan wel nog met redelijk veel mensen, maar toch voelt het persoonlijk, dat vind ik heel fijn.”

Wouter: “Ja, dat vind ik ook. Mijn studie is relatief kleiner, 100 mensen per jaar, en de grap is dat je uiteindelijk ook al die 100 mensen van je jaar kent. Dat vind ik wel prettig. Ook met docenten.”

Yannick: “Hier jullie drankjes. Een Tilburg Mule en een gin tonic.”

Wouter: “Nou Eveline, proost.”

Yannick: “Kijk aan, hij heeft je naam onthouden. Weet jij het andersom ook nog?”

Altijd spannend.

Eveline: “Wouter, haha.”

Wouter: “Netjes.”

Netjes.

Yannick: “Hoe voelt het om weer in een bar te zijn?”

Eveline: “Ja fijn. Ik was nog nooit in Doloris geweest.”

Wouter: “Waar ben jij dan meestal te vinden?”

Eveline: “Meestal Brandpunt, op het Piusplein. Dat is heel dicht bij mijn huis dus daar loop ik zo naartoe. Het is daar altijd heel gezellig. Of de Gin Fizz.”

Wouter: “Jaja, Gin Fizz. En Brandpunt is ook wel een goeie, is wel lang geleden dat ik daar geweest ben. Wij gaan meestal naar Van Horen Zeggen, het stamcafé van de studievereniging, dus zo ben ik daar naar binnen gerold. Het is een klein en intiem café. Vooral op speciaalbier gericht, waar ik best wel van houd. En de sfeer is er altijd heel chill dus ook buiten dingen van de studievereniging om kom ik daar graag langs.”

Eveline: “Ik vind het ook heel leuk om bij de Stadsbrouwerij013 te zitten. Bij de Piushaven. Die hebben ook lekkere speciaalbiertjes.”

Wouter: “Leuke hobby’s hebben wij, haha”

Yannick: “Ja, want doen jullie nog iets naast bier drinken?”

Wouter: “Ik zit bij Tilburgse Studenten Wielervereniging De Meet…”

Eveline: “…en ik heb een wielrenfiets gekocht in de lockdown. Ik ben iets minder fanatiek op het moment, haha, maar straks ga ik het wel weer oppakken.”

Twee wielrenners, wat leuk!

Eveline: “Waar woon jij eigenlijk in Tilburg?”

Wouter: “Ik woon in een groot studentenhuis in de buurt van Florenza (damesdispuut van TSR Vidar red.). We wonen daar met elf mensen in een huis.”

Eveline: “Hoe is het om met zoveel mensen samen te wonen? Word je dan niet gek van elkaar?”

Wouter: “Nee, valt mee. Er zijn er best wel wat mensen die door c***na naar thuis-thuis zijn vertrokken. We zaten niet constant met 11 man bij elkaar. En als het dan druk is maakt het ook niet uit. Je bent er huisgenoten voor, om dat van elkaar te kunnen slikken.”

Eveline: “Dat zal wel een bende worden of niet, haha.”

Wouter: “Niet als je een poets hebt.”

Eveline “Oh, jullie hebben een poets! Hoe is dat?”

Wouter: “Ja, het is heel chill. Hij heet Harry. Het is een hele goede vent maar hij heeft smetvrees. Geen idee hoe die dan poetsman wordt.”

Eveline: “Haha, wow. Ja echt elke dag je angsten volop in de ogen staren.”

Wouter: “Zo heb ik het eigenlijk nooit bekeken, haha, eigenlijk is hij heel dapper.”

Zo kletsen de twee nog een tijdje door over van alles en nog wat. Gekke feestjes, Harry de poets, het c-woord en andere belangrijke zaken. Dan is het tijd voor het eindgesprek.

Het Eindgesprek

Hoe beviel de date?

Eveline: “Ja. We kunnen allebei wel kletsen, dus dat ging soepel. Het was ook lekker om aan een bar te zitten. Verder was het gewoon leuk om weer eens een nieuw iemand te ontmoeten. Dus ik ben wel blij dat ik hier gekomen ben.”

Wouter [sarcastisch]: “Ja, op zich, op zich, het is te doen, acceptabel. Een krappe voldoende, haha.”

Eveline: “Oh, ja zo ben ik mijn hele studie doorgekomen dus daar ben ik blij mee.”

Hebben jullie overeenkomsten gevonden?

Eveline: “Ja, we hebben wel een ander studentenleven. Ik zit bijvoorbeeld bij een studentenvereniging, en jij weer niet. Jij hebt dan ook wel een drukker huis.”

Wouter: “Ja, ik woon in een ouderwets studentenhuis met een ouderwetse huisjesmelker. Met elf man op elf vierkante meter. Qua overeenkomsten? We doen allebei aan wielrennen en we houden allebei van speciaalbiertjes.”

Lijkt het je interessant om de opleiding van de ander te doen?

Eveline: “Jij zit ook wel in de communicatierichting.”

Wouter: “Ja, en dat zit ook wel in de richting van marketing.”

Eveline: “Dus op dat gebied lijkt zijn studie mij wel tof. Maar voor de rest zit ik eigenlijk wel goed op m’n plaats.”

Wouter: “Ja, voor mij is het simpel: ik kan niet rekenen, haha, dus dan wordt het lastig.”

Hoe beoordelen jullie het studentenleven in Tilburg?

Wouter: “Uhhhhh, het is een ruime voldoende, ik denk dat ik wel iets van een 8 of 8.5 zou zeggen.”

Eveline: “Ja, daar zat ik ook aan te denken.”

Wouter: “Ik vind het toffe van Tilburg dat het studentenleven heel open is, je hebt steden waar je ook echt bij een dispuut moet om een leuke studententijd te hebben. Maar dat gevoel heb ik hier dus totaal niet. Daarnaast is Tilburg heel laagdrempelig, het voelt bijna als een groot dorp. Je hoeft nooit verder dan een kwartier te fietsen, waar je ook bent. En dat is best bizar voor een van de grotere steden van het land.”

Zouden jullie van huis willen ruilen?

Eveline: “Hij woont dus met elf mensen. Op het begin had het me wel heel tof geleken om met zoveel mensen te wonen, maar nu niet meer. Ik heb nu echt een vriendengroep ook buiten mijn huis. Dus ik heb het niet meer echt nodig. En nu vind ik het ook wel fijn juist om wat meer rust te hebben.”

Wouter: “Ik geniet juist wel van de drukte, en dat je nooit alleen zit. Dus ik zou nu nog niet in een kleiner huis willen wonen. Daar heb ik nog geen zin in. En wij hebben een poets, daar zou ik ook nog geen afstand van willen nemen.”

Eveline: “Oh, hoe heette die ook alweer?”

Wouter: “Harry, haha.”

Zouden jullie elkaar nog eens willen zien?

Eveline: “Ja, ik denk in de stad als we elkaar nog eens tegenkomen, dat we dan zeker nog iets drinken. Ja en de TUC [red: Tilburg University Cantus].”

Wouter: “We hadden het net over de Gin Fizz, dus daar zouden we elkaar kunnen treffen. En anders de TUC, ja. Dat zijn ook de dingen die ik het meest mis, de feestjes, zo’n cantus. Gewoon gezellig samen bier drinken. Nu klink ik als een alcoholist. Maar dat zijn wel de dingen waar je student voor bent. Dat samenzijn en samen zingen.”

Eveline: “Ja, juist. Weer nieuwe mensen ontmoeten.”

Wouter: “Ja, en als de TUC niet doorgaat kunnen we altijd een keer samen gaan fietsen.”

Eveline: “Ohja, haha, dat kan ook.”