Studentenmaker Kristel

Kristel volgt de mbo-opleiding ‘artiest theater’ aan het ROC in Tilburg; een driejarige niveau 4 opleiding. Zij is trots op het feit dat zij de mogelijkheid heeft gekregen om te studeren voor iets wat zij het allerliefste doet. “Het feit dat je het vak theater kunt studeren is best bijzonder. Vaak wordt het gezien als iets hobbymatigs, maar niets is minder waar; het is een vak apart!” Kristel’s grootste droom is om theatermaker te worden, en dat zij het plezier en de energie die zij uit theater haalt bij andere kan opwekken. Wij stelden haar een paar vragen over haar opleiding en haar ambities in deze creatieve wereld.

Kristel heeft de afgelopen jaren gemerkt dat zij de kant van doceren en het maken erg leuk vindt binnen theater. Vandaar dat zij na haar huidige opleiding nog verder wil doorstuderen op het HBO.

Wat versta jij onder ‘maken’?

“Maken gaat over iets creëren dat van jouzelf is. Het begrip is vrij ruim, net zoals theater dat ook is. Je kunt van alles maken en iedere maker is uniek in zijn eigen stijl. Ik ben er steeds meer achter aan het komen wat mijn eigen stijl is en waar ik het ‘beste’ in ben. Hetgeen dat ik gemaakt heb is nog net te weinig om er daadwerkelijk bekend mee te worden.

Wat mijn stijl typeert is denk ik wel het absurdistische. Dat komt vaak in mijn scenes voorbij en vind ik ook wel heel leuk om te maken. Naturel spel in combinatie met absurdisme heeft absoluut mijn voorkeur.”

Kun jij een voorbeeld noemen van iets absurdistisch?

“Haha, ja hoor. Ik heb wel eens een scène gemaakt met een klasgenootje, waar een banaan in voor kwam en het ging over een ontvoering. Wij waren met zijn tweeën ontvoerd en werden wakker in een opgesloten kamer. Wij -en het publiek- zagen een doos met bananen, maar wij beschouwden ze niet als bananen. Wij gingen ermee om alsof het pistolen waren, of haarborstels bijvoorbeeld. Omdat wij er dan zo vol overtuiging mee omgaan en beschouwen alsof het andere voorwerpen zijn, gaat het publiek dat op een gegeven moment ook. Want ja, ze moeten wel! Dit alles klinkt heel vaag en gek, maar ik vind het heel leuk om met de realiteit te spelen. Dus een beetje het gekkige, maar ook een verhaal kloppend kunnen maken voor je publiek met een tikkeltje abnormaliteit, vind ik heel gaaf om te doen!”

Hoe bevalt jouw opleiding tot nu toe?

“Heel erg goed! Aangezien ik nog bij mijn ouders woon buiten Tilburg en er niet veel mbo-theater opleidingen in Nederland zijn moest ik sowieso al relatief ver gaan reizen. Voor mij maakte het dan ook niet heel veel uit waar ik dan zou gaan studeren. Destijds ben ik een kijkje gaan nemen op het ROC. Zelf ben ik een gevoelsmens en dan heb ik al snel een goed of minder gevoel bij een school. Bij het ROC in Tilburg voelde het erg goed! De afgelopen drie jaar is de school ook wel weer heel goed en breed bevallen. Je kunt van heel veel dingen proeven en dan kijken wat jou leuk lijkt, of juist wat je minder aanspreekt. Maar ook met docenten en met je klas spendeer je veel tijd. Jij, je klas en de docenten worden steeds hechter, dus wanneer ik klaar ben met deze studie ga ik het toch wel enorm missen!”

Hoe creatief vind jij Tilburg?

“Voor mij komt Tilburg over als enorm creatieve stad. Ook via het projectenbureau op school hebben wij voor veel evenementen in Tilburg mogen staan en naar mijn idee is er altijd wel iets te beleven voor kunst en cultuur in Tilburg. Tilburg heeft natuurlijk een breed scala aan creatieve opleidingen, dus dat moedigt het ook wel weer aan. De afgelopen drie jaar heb ik best vaak projecten mogen draaien op Tilburgse evenementen, waaronder bijvoorbeeld de Dwalerij. Dan merk je wel echt dat er veel artistiekelingen rondlopen in de stad. Dat maakt de stad ook speciaal en fijn om er te zijn!”

Dat Tilburg creatief en artistiek is zie je natuurlijk bij jou terug op school. Zijn er ook specifieke plekken in de stad waarop jij dit terug ziet?

“Tijdens theatervoorstellingen die we bezochten in de Schouwburg maar bijvoorbeeld ook op de Dwalerijmarkt waar ik wel eens gastvrouw ben geweest. Ook bij De Nieuwe Vorst was altijd wel iets te doen op het gebied van theater.”

Zou jij iets willen veranderen aan de stad Tilburg?

“Wanneer wij projecten wilden maken en dat met externen (studenten buiten mijn school om) wilden doen, dan was het soms wel moeilijk om daar een geschikte ruimte voor te vinden. Vaak beland je dan op straat of in een park, alleen is dat niet ideaal, dus wij zouden dat liever in een besloten ruimte doen. Een ruimte waar studenten samen kunnen komen van verschillende scholen en waar het eenvoudig is om samen te scholen, dat zou top zijn!”

Wat is het lelijkste dat jij ooit hebt gemaakt?

“Haha nou, dat was een concept. Het heeft (gelukkig) nooit het podium bereikt. Het was een concept dat we moesten maken in opdracht voor school. Achteraf gezien stond ik er ook helemaal niet achter en dat zagen de docenten er ook volledig in terug. Het was een soort van Mega Mindy verhaal, maar dan met bijzonder grote plottwist. De voorstelling had eigenlijk een hele zware, diepe, achterliggende gedachte, terwijl het best wel een kinderlijk stuk was. Het matchte eigenlijk totaal niet met elkaar. Om de achterliggende gedachte dan maar even te proberen uit te leggen: de mens heeft twee gezichten en de mens is niet te vertrouwen. Vervolgens ging het helemaal niet meer over de hoofdpersoon Mega Mindy, maar meer over de boeven die in het verhaal voorkwamen. Achteraf leek het niet verstandig om dit aan volwassenen te laten zien en aan kinderen al helemaal niet. Dus dat werd ‘m niet, maar van fouten maken kun je leren natuurlijk!”

Welke les heb jij geleerd als studentenmaker tot nu toe?

“Dat het heel interessant is om met het verwachtingspatroon van het publiek te spelen. En, dat iedereen zijn eigen betekenis kan geven aan theater. Er is een soort van benaderingskader waar je flexibel mee om kunt gaan, dat vind ik gewoon heel gaaf en leerzaam!”