Tim's uitgesproken mening

In deze editie van 'Tilburgers met een uitgesproken mening' spraken wij met echte plakker in het Tilburgse: Tim Oberdorf. Je hebt Tim Oberdorf een aantal jaren geleden vast wel eens gezien op het Piusplein, waar hij een aantal kroegen onder zijn hoede had. In 2017 sloeg hij een ander pad in. Aangezien hij altijd al een strandtent had willen hebben, zag Tim zijn kans schoon toen Arbie’s Beachhouse op zijn pad kwam. In 2017 heeft hij flink aan de weg getimmerd om de nodige verbouwingen en aanpassingen te doen aan de plek en in 2018 draaide hij zijn eerste jaar bij de horeca- en zwemgelegenheid aan de plas in Berkel-Enschot.​

 Tim is opgegroeid in Zuid-Limburg en stond na het afronden van zijn middelbare school (2002) voor de keuze van drie opties: studeren in Maastricht, Rotterdam of Tilburg. Maastricht vond hij te dichtbij huis en Rotterdam vond hij toen vrij kil en steriel. “Tilburg sprak mij op dat moment het meest aan, vandaar dat ik de keuze voor Tilburg heb gemaakt.”

Naast zijn actieve leven bij dispuut A One van studentenvereniging Olof was hij meerdere dagen per week te vinden achter verschillende barren op het Piusplein. Hij genoot vol op van het studentenleven. Nadat hij klaar was met zijn studie in 2010 solliciteerde hij voor een traineeship. Toen bleek dat hij het in de laatste ronde niet ging worden, kreeg hij een aanbod van café Brandpunt om de kroeg te runnen. Die kans greep hij met beide handen aan en toen bleek pas echt dat hij het MKB toch wel erg leuk vond. Café Bolle en Slagroom vielen na verloop van tijd ook onder zijn hoede. Na zes jaar met plezier een gedeelte van het Piusplein gerund te hebben, werd het tijd voor een nieuwe uitdaging.

Tilburg moet je leren lezen

Hoe heb jij het studentenleven ‘in jouw tijd’ ervaren?

"Tof! Alles kon en alles mocht. Nog steeds, volgens mij. In eerste instantie was ik helemaal niet op zoek naar een vereniging in Tilburg. Ik wist dat ik in Tilburg ging studeren en uiteindelijk ga je dan op kamers. Toen ik een aantal bezichtigingen achter de rug had, kreeg ik uiteindelijk een kamer aangeboden in een huis aan de Telegraafstraat. Dat bleek een dispuutshuis te zijn van studentenvereniging Olof. Bij een dispuutshuis is het vaak zo dat als je er komt wonen, er ook van je verwacht wordt dat je lid wordt bij de vereniging. Op die manier ben ik het verenigingsleven ingerold en heb ik een fantastische tijd gehad.

Vandaag is eigenlijk het enige waar je je druk om moet maken. Morgen bestaat niet

Een paar weken per jaar zat ik te blokken vanwege de tentamens. In veel gevallen begon ik dus ook veel te laat, waar menig student dit wel herkent waarschijnlijk. Vaak dacht ik dan achteraf: volgend semester ga ik het heel anders doen. Daar kwam in veel gevallen, tegen de verwachtingen in, niets van terecht. En voor de rest had je als student erg weinig verantwoordelijkheid. Er waren natuurlijk een paar dingen die je moest regelen, maar voor de rest had je genoeg tijd om lekker te studeren en niks te doen." 

Gedurende zijn studie is Tim actief geweest in het studentenleven. Een van de voordelen hiervan is dat je gedurende een korte tijd heel veel mensen leert kennen. Maar hij merkte ook dat hij op een gegeven moment meer behoefte kreeg om andere mensen te leren kennen buiten die zogeheten ‘verenigingsbubbel’. Vandaar dat hij het barleven opzocht op het Piusplein.

Was het toen gebruikelijk dat je werkte naast je studie?

"Een groot gedeelte van de studenten werkte naast hun studie en een kleiner gedeelte deed dat niet. Het was eigenlijk wel vrij normaal dat je een bijbaantje had naast je studie. Veel mensen deden dat ook wel 20 tot 25 uur naast hun studie. Tegenwoordig zie ik dat steeds meer studenten dat minder doen.

Je ziet tegenwoordig ook dat studenten zich bewuster zijn van het feit dat ze een lening hebben. Toen ik studeerde, begon de trend van het op exchange gaan. Dat was toen best wel gek, dat mensen in hun tweede studiejaar zeiden: ‘ik ga op exchange’. Zeker in het verenigingsleven werd je dan raar aangekeken, want je komt net pas kijken als jongerejaars en er wordt van je verwacht dat je veel betrokken blijft in je eerste paar jaar bij de club en je dispuut. Wat mij ook opvalt is dat steeds meer studenten, die al in hun tweede of derde studiejaar zitten, op zoek zijn naar stageplaatsen. In mijn studententijd begon dat pas veel later; men studeerde met gemak 7 à 8 jaar. Dat was eerder regel dan uitzondering."

Iemand die eerder dan 4 jaar klaar was met zijn studie; dat bestond bijna niet.

Hoe heb jij de stad Tilburg zien veranderen?

"In eerste instantie kon je in Tilburg maar op een paar leuke plekken terecht. In de tijd dat ik er studeerde, was er nog niet zoveel. Inmiddels is er een arsenaal aan mogelijkheden om bijvoorbeeld op stap te gaan, maar ook om overdag leuke dingen te doen. Daarnaast zie ik dat veel gebieden waar vroeger niks mee gebeurde, inmiddels allemaal in ontwikkeling zijn. Maar ook de clichés zoals de Piushaven, het Leijpark, het Spoorpark; alles bloeit op!

Ook hoor ik steeds vaker van mensen die van buitenaf komen dat ze steeds liever in Tilburg komen. Men kent de stad ook sneller van festivals of bepaalde horecagelegenheden. Tilburg is wat dat betreft ook een goede uitvalsbasis, omdat het centraal gelegen is. Je bent in één uur en tien minuten in Amsterdam, maar ook in dezelfde tijd in het zuiden van het land. Dat werkt zeker positief!"

Wat is je favoriete plek in Tilburg?

"Ik moet natuurlijk wel een beetje voor eigen parochie spreken, dus dan zeg ik uiteraard Arbie’s Beachhouse! Maar als je het hebt over Tilburg zelf, dan ben ik heel graag in de Piushaven te vinden, omdat ik vind dat hier een heel relaxte sfeer hangt."

Welke feesten waren er toen al, die er inmiddels nog steeds zijn?

"Pallieter Mixed Hockey Toernooi (PMHT) en Summer in the City op het Piusplein. En natuurlijk de kermis en carnaval sinds jaar en dag. Voor de rest is er heel veel bijgekomen aan leuke evenementen en activiteiten."

Is er iets in de stad waarvan jij vindt dat het ontbreekt?

"Eigenlijk niet. Ik denk dat het erg goed is om te zien dat heel veel gebieden aan het her ontwikkelen zijn. Op gemeentelijk niveau wordt ook gekeken naar gebieden die nog niet doorontwikkeld zijn, waaraan gewerkt wordt. Als Tilburg dit blijft doorzetten, is er steeds meer voor ieder wat wils! Of je nou lekker een kop koffie wil drinken of ergens wil sporten, toe bent aan een groot- of klein evenement; in Tilburg kan het! Verder is er qua cultuur, sport en het nachtleven echt meer dan genoeg te doen. Ook vind ik het een mooie ontwikkeling dat Tilburg steeds meer echte restaurants krijgt, in plaats van alleen eetcafés zoals het voorheen was. Er komt stiekem toch veel hoogwaardige horeca bij. Zelf mis ik dus niet zoveel in de stad eigenlijk; ik ben een tevreden man!"

Je zou als argument kunnen geven dat er weinig discotheken zijn in Tilburg. Maar dat kan Tim verklaren. “Tilburg kent op de Heuvelring wel wat meer gelegenheden die richting het ‘clubachtige’ aan neigen, maar zelf heb ik daar geen affiniteit mee. Ik sta liever gewoon in een bruine kroeg achter de bar een biertje te drinken. Ik mis die clubscene in Tilburg niet en ik vraag me ook af of het überhaupt zou aanslaan in Tilburg. Landelijk gezien zijn discotheken een uitstervend ras, dus ik vraag me af of dat in Tilburg echt mist.”

Klopt het beeld dat jij vroeger van Tilburg had nog steeds nadat je er bent gaan studeren?

“Toen ik hier kwam studeren noemden mensen termen als ‘industriestad’, ‘lelijke stad’ en ‘lelijk centrum’. Ik heb het echter altijd als een bijzonder prettige stad ervaren. Je kan overal snel een eenvoudig op de fiets komen; van oost naar west ben je in maximaal een half uurtje. Daarnaast ook omdat er zoveel dingen te doen zijn, met name ook voor studenten, heb ik Tilburg altijd als warm bad ervaren. Het voelt ook altijd als thuiskomen en hoe langer ik er woon, hoe meer ik kan waarderen wat er is. Het blijft een industriestad, maar op z’n tijd leer je de mooie plekken van de stad kennen en waarderen!”